Haar overtuiging

Toen bij ons thuis het hoofdhaar werd uitgedeeld, konden we kiezen uit dik-haar-dat-rond-het-dertigste-helemaal-grijs is, of dun-haar-dat-zo-fijn-is-dat-het-amper-groeit. Ik koos voor het laatste en kreeg er een gratis monster overtuiging bij.

Wat vond ik het lange haar van mijn vriendinnetje geweldig. Met klemmetjes en kammetjes probeerden we nieuwe kapsels bij elkaar, maar omdat mijn haar zo zacht was, gleed elk speldje er net zo hard weer uit. Terwijl ik amper een sprietje had om in een elastiekje te steken, kon zij er van alles mee doen. Oh, wat wilde ik graag lang haar, het liefst blond met krullen. Ook de juf begreep niet hoe groot mijn verlangen was toen we de opdracht kregen met een spiegeltje een zelfportret te maken en ik mezelf met lang haar had getekend. Wat heb ik gehuild toen ik die lange lokken weg moest gummen van de juf, terwijl ze uitriep: “Je ziet toch zelf ook wel dat je geen lang haar hebt!”

Het allerergste vond ik dat ik met mijn korte koppie voor jongetje werd aangezien. Zelfs toen mijn lichaam vrouwelijke vormen begon aan te nemen, bleef mijn korte haar bepalend voor de aanspreekvorm. Als tiener schaamde ik me op het strand: de mensen moesten wel denken “een jongen in bikini”. En werd ik niet voor jongen aangezien, dan werd ik wel voor lelijkerd uitgescholden. Zo ontstond bij mij de overtuiging dat je alleen met lang haar mooi en vrouwelijk kan zijn.

Door mijn korte haar vond ik mezelf dus noch mooi, noch vrouwelijk en ik begon me hier naar te kleden. Ik verstopte mezelf in vormeloze kleding die het liefst drie maten te groot was. Jurken en rokken vermeed ik en tijdens de zeldzame momenten dat ik wel een jurk droeg, werd ik bevestigd in mijn overtuiging: zie je wel dat het mij raar staat, iedereen kijkt naar me.
Als mensen me een mooie vrouw noemden, bleef ik overtuigd van het tegendeel: ik had immers geen lang haar. Uit mijn mond zou nooit een “nog even mijn haar doen, schat,” klinken.

Todat ik tijdens mijn halfjaarlijks bezoekje aan de kapper verzuchtte dat mijn dunne traag groeiende haar een levenslange frustratie is omdat lang haar voor mij gelijkstaat aan vrouwelijkheid. Hierop stopte de kapper met knippen en ving mijn blik in de spiegel. Een beetje verbaasd lachend zei hij: “maar je vrouwelijkheid zit niet in je haar!”
Vanaf dat bezoek draag ik mijn korte coupe met overtuiging en als ik word nagekeken op straat, lach ik vrolijk terug. Ik krijg complimenten over mijn kapsel en kan het ontvangen als mensen me een mooie vrouw vinden. Sterker nog, stiekem voel ik me gevleid als ouderen me aanspreken met “jongen”. Want halverwege de veertig zijn en nog als jongen gezien worden, vind ik best iets om blij van te worden!

Overtuigingen, patronen en oude ideeën staan vaak je persoonlijke groei in de weg. Met een reading worden deze helder en ontstaat de mogelijkheid tot transformatie en verdere groei.
Nieuwsgierig? Mail me op saskia@aardewerkcoaching.nl