Jeg finner nok frem

Laatst viel ik in op een afdeling waar ouderen verzorgd worden. In de verpleegkundige overdracht krijg ik te horen dat de avond ervoor een van de cliënten vrij plotseling is overleden en dat de overige bewoners nogal ontdaan zijn van dit bericht. Zelf schrik ik ook; een week eerder had ze me nog haar levensgeschiedenis verteld.
Tijdens het avondeten komt haar overlijden ter sprake. Door haar dood wordt iedereen zich weer bewust van zijn eigen sterfelijkheid en komt het verdriet over alle mensen die ze in de loop van hun leven hebben verloren weer heel dichtbij. Ouders, broers, zussen, vrienden. Partners en kinderen. Allemaal zijn ze het er over eens dat het voor de achterblijvers het ergste is, want die hebben te dealen met verdriet en gemis.

Opeens schiet me een Noors gedicht te binnen dat ik ooit eens uit mijn hoofd heb geleerd voor een toneel voorstelling. Hoewel mijn performance het theater nooit heeft gehaald, was ik destijds erg geraakt door de liefde die uit de woorden spreekt. Geen verdriet over verloren geliefden, maar dankbaarheid omdat zij het onbekende pad zijn voorgegaan. Geen angst om te sterven, maar weten dat geliefden de weg voor je hebben verkend.

Terwijl ik aan tafel het gedicht reciteer, schieten de tranen me in de ogen. Als mijn cliënten zien dat de zuster ook maar een mens is, daalt er een warme stilte neer. Een stilte waarin leeftijd, relatie en lichamelijke gesteldheid wegvallen. Een stilte waarin we ons allemaal verbonden voelen met elkaar en onze overleden geliefden. Een stilte waarin we voor een moment de eenheid vinden.

Døden er ikke så skremmende som før.
Folk jeg var glad i
Har gått foran og kvistet løype.
De var skogskarer og fjellvante.
Jeg finner nok frem.

De dood maakt me niet zo benauwd meer.
Mensen die ik liefhad
Hebben vóór mij het pad gebaand.
Zij kenden de bossen en bergen.
Ik vind het vast wel.

Zuster hooggevoelig

“Zuster, ZUSTER.” De struise vrouw komt dreigend op mij af gestiefeld. Haar grote ogen priemen in de mijne. Ik kijk angstig om me heen. Nergens op de lange gang is iemand te bekennen die op een zuster lijkt. De vrouw komt dichterbij. “Zuster,” roept ze nog een keer. Nu word ik echt bang; de vrouw die dreigend op me afloopt denk dat ik de zuster ben! “Zuster,” zegt ze smekend en strekt haar armen naar me uit. Snel ren ik het kamertje van mijn overgrootvader in en doodsbang verstop ik me achter de rokken van mijn moeder.

“Zuster, Zuster!” De oude vrouw schuifelt over de gang. “Zuster, help me dan toch,” zegt ze smekend als ik me omdraai en op haar afloop. “ Ik ben hier”, zeg ik rustig, terwijl ik haar handen zachtjes vastpak en haar glimlachend aan kijk. Ze is vergeten haar rollator mee te nemen en ik probeer tegelijkertijd te voorkomen dat ze uit evenwicht raakt. “Ik ben zo bang,” zegt ze. “Dat zie ik”, antwoord ik. “Ik weet niet waar ik ben,” de tranen biggelen over haar wangen.

“Zuster!” Ik sta met mijn moeder en oma op de gang en weer komt de struise vrouw mijn richting op. Bang wil ik de kamer van mijn overgrootvader weer in rennen, maar mijn oma en moeder blijven rustig staan. De vrouw klampt mijn oma aan. “Ik ben de zuster niet,” zegt ze lachend terwijl ze het toe laat dat de vrouw haar arm pakt. Ik observeer de situatie van achter de rug van mijn moeder. Blijkbaar ziet mijn oma de humor in van de situatie. De vrouw kijkt naar mij. Ik kijk nieuwsgierig terug, nog steeds bang, maar gesteund door de rustige reactie van mijn oma. “Loop maar door,” zegt mijn oma vriendelijk, “de zuster is verderop.” De vrouw kijkt de gang in en vervolgt haar weg.

“Je woont hier, ” vertel ik de oude vrouw terwijl ik mijn arm in de hare haak. “Omdat je steeds vergeet waar je woont, is het veiliger dat je hier bent. Hier wordt voor je gezorgd. “Ja,” beaamt ze, “ik ben steeds zo in de war.” “Eigenlijk is het hier net een soort studentenhuis,” zeg ik langs mijn neus weg, afstemmend op haar luchtige natuur. “Alleen dan voor ouwetjes.” “Nou,” reageert de oude vrouw. “Ik mocht niet studeren hoor, ik moest helpen op de boerderij.” En terwijl we naar de huiskamer lopen, vertelt ze honderduit hoe het boerenleven er in de jaren vijftig aan toe ging, haar tranen en angst weer vergeten.

Vandaag is het Wereld Alzheimer dag. Veel mensen ervaren tijdens het proces van deze ziekte angst en verdriet. Angst omdat ze hun omgeving niet meer herkennen en verdriet omdat ze beseffen dat hun wereld daardoor verandert.

Als hooggevoelige kleuter was ik doodsbang voor de vrouw die in haar verwarring dacht dat ik de zuster was. Volledig afgestemd op haar angst, zocht ik de veiligheid van mijn moeder en oma.
Inmiddels zelf “zuster” en regelmatig aan het werk met Alzheimer patiënten, zie ik het als mijn belangrijkste taak om veiligheid te bieden. Aanwezigheid in het hier en nu is daarbij de truc. Mijn hooggevoeligheid is een dankbaar hulpmiddel waardoor ik de zorg nog beter kan afstemmen op mijn cliënt.

Ont-spannen

Als ik bij haar kom hangt ze half uit haar rolstoel. Alleen de riemen om haar middel en benen voorkomen dat ze er uit valt. De oortjes van haar iPod met Mindfulness oefeningen zijn uit haar oren geschoten en bungelen ergens tussen haar hoofd en de grond. Mevr. vergaat van de pijn door de spasmes die haar lichaam in zijn greep houden. De verzorging heeft alle mogelijke pijn- en ontspanningsmedicatie gegeven en is door zijn interventies heen.

Ik ga rustig naast mevr. zitten en omdat ik weet dat ze open staat voor complementaire benaderingen, vraag ik of ik haar een energetische healing mag geven. Ik zeg er eerlijkheidshalve bij dat het voor mij ook een experiment is omdat ik nieuwsgierig ben wat healing in deze situatie kan betekenen. Ze geeft toestemming.

Ik maak contact met de energiestroom in haar lichaam en voel dat het vooral vast zit in het gebied tussen haar middel en haar voeten. Ik nodig de energie uit weer te gaan stromen. Omdat het belangrijk is de overtollige energie af te voeren, vraag ik haar lichaam een nieuwe gronding te maken.

Ondertussen zeg ik hardop wat ik voel en doe en terwijl ik bezig ben zie ik haar lichaam ontspannen. Ik vertel dat de energie zich ophoopt in haar benen en dan zo strak gaat zitten dat het spasmes veroorzaakt. Net als een tuinslang die door de druk van het water alle kanten op zwiept. Ze geeft aan dat ze zelf ook ervaart alsof de spasmes vooral uit haar benen komen.

Ik leg haar uit hoe ze zelf een gronding kan maken, zodat de energie afgevloeid kan worden via de aarde. Ik maak duidelijk dat het belangrijk is contact te hebben met de grond. Omdat het bij haar onmogelijk is dit fysiek te hebben, is visualisatie een handig hulpmiddel. Door zich voor te stellen dat er wortels uit haar voeten en stuitje groeien en zich in de aarde verankeren, kan ze haar eigen gronding maken.

Ondertussen is ze helemaal weer ontspannen en geef ik haar het advies deze oefening regelmatig te doen.

We zijn beiden heel blij met het resultaat. Zij omdat ze uit de pijnlijke spasmes is gekomen en ik omdat mijn hoofd weer even gerustgesteld is dat ik niet hoef te twijfelen aan de kracht van een energetische healing.

Benieuwd wat een healing voor jou kan betekenen? Mail me op saskia@aardewerkcoaching.nl

Haar overtuiging

Toen bij ons thuis het hoofdhaar werd uitgedeeld, konden we kiezen uit dik-haar-dat-rond-het-dertigste-helemaal-grijs is, of dun-haar-dat-zo-fijn-is-dat-het-amper-groeit. Ik koos voor het laatste en kreeg er een gratis monster overtuiging bij.

Wat vond ik het lange haar van mijn vriendinnetje geweldig. Met klemmetjes en kammetjes probeerden we nieuwe kapsels bij elkaar, maar omdat mijn haar zo zacht was, gleed elk speldje er net zo hard weer uit. Terwijl ik amper een sprietje had om in een elastiekje te steken, kon zij er van alles mee doen. Oh, wat wilde ik graag lang haar, het liefst blond met krullen. Ook de juf begreep niet hoe groot mijn verlangen was toen we de opdracht kregen met een spiegeltje een zelfportret te maken en ik mezelf met lang haar had getekend. Wat heb ik gehuild toen ik die lange lokken weg moest gummen van de juf, terwijl ze uitriep: “Je ziet toch zelf ook wel dat je geen lang haar hebt!”

Het allerergste vond ik dat ik met mijn korte koppie voor jongetje werd aangezien. Zelfs toen mijn lichaam vrouwelijke vormen begon aan te nemen, bleef mijn korte haar bepalend voor de aanspreekvorm. Als tiener schaamde ik me op het strand: de mensen moesten wel denken “een jongen in bikini”. En werd ik niet voor jongen aangezien, dan werd ik wel voor lelijkerd uitgescholden. Zo ontstond bij mij de overtuiging dat je alleen met lang haar mooi en vrouwelijk kan zijn.

Door mijn korte haar vond ik mezelf dus noch mooi, noch vrouwelijk en ik begon me hier naar te kleden. Ik verstopte mezelf in vormeloze kleding die het liefst drie maten te groot was. Jurken en rokken vermeed ik en tijdens de zeldzame momenten dat ik wel een jurk droeg, werd ik bevestigd in mijn overtuiging: zie je wel dat het mij raar staat, iedereen kijkt naar me.
Als mensen me een mooie vrouw noemden, bleef ik overtuigd van het tegendeel: ik had immers geen lang haar. Uit mijn mond zou nooit een “nog even mijn haar doen, schat,” klinken.

Todat ik tijdens mijn halfjaarlijks bezoekje aan de kapper verzuchtte dat mijn dunne traag groeiende haar een levenslange frustratie is omdat lang haar voor mij gelijkstaat aan vrouwelijkheid. Hierop stopte de kapper met knippen en ving mijn blik in de spiegel. Een beetje verbaasd lachend zei hij: “maar je vrouwelijkheid zit niet in je haar!”
Vanaf dat bezoek draag ik mijn korte coupe met overtuiging en als ik word nagekeken op straat, lach ik vrolijk terug. Ik krijg complimenten over mijn kapsel en kan het ontvangen als mensen me een mooie vrouw vinden. Sterker nog, stiekem voel ik me gevleid als ouderen me aanspreken met “jongen”. Want halverwege de veertig zijn en nog als jongen gezien worden, vind ik best iets om blij van te worden!

Overtuigingen, patronen en oude ideeën staan vaak je persoonlijke groei in de weg. Met een reading worden deze helder en ontstaat de mogelijkheid tot transformatie en verdere groei.
Nieuwsgierig? Mail me op saskia@aardewerkcoaching.nl

Touwtjes en knoopjes

Mijn intuïtie zegt me naar haar kamer te gaan. Als ik binnenkom, ligt ze op haar rug in bed. Het stervenspad is ingezet en ze heeft een minimale dosis morfine gekregen tegen pijn. Op dit moment mag ze eventueel een nieuwe dosis krijgen. Haar dochter zit naast haar op een stoel.

Ik ga aan het voeteneind staan en bestudeer het gezicht van de oude dementerende dame. Meteen gaan haar ogen open en fixeren zich op de mijne. Er ontstaat een onzichtbare interactie die ik waarneem als een bundel van licht. Dochter voelt het ook en is geraakt door het contact dat ontstaat.

Ze laat me zien dat ze bezig is haar hele leven te overzien. Met de touwtjes en knoopjes die ze laat zien, wil ze zeggen dat ze verbanden aan het begrijpen is tussen verschillende gebeurtenissen in haar leven. Ook tussen gebeurtenissen die ogenschijnlijk niks met elkaar te maken hadden. Door deze verbanden te begrijpen, ziet ze haar levenslessen. Levenslessen die ze meeneemt als ze dit lichaam verlaat. Ze geeft aan dat ze ongeveer een week de tijd nodig heeft om haar hele leven te overzien en dan klaar is om te sterven.

Mijn intuïtie volgend loop ik naar haar hoofdeind en maak een strijkbeweging van haar derde oog naar haar kruin. Ze doet haar ogen dicht en valt met een grote glimlach op haar gezicht in slaap.

Haar dochter zit vol verbazing het tafereel te bekijken. De verzorging die ondertussen is binnengelopen, is ook erg gefascineerd door het contact dat is ontstaan tussen mij en de dame in bed. Eigenlijk weten we alle drie niet zo goed wat er nou precies gebeurt, alleen dat er een fijne sfeer is die ons alle vier goed doet.

De dochter vraagt of het goed is door te gaan met de morfine. Ik zeg dat ik daar niet over mag oordelen, aangezien ik geen arts ben. Het enige wat ik kan zeggen is dat morfine het proces verstoort waar moeder nu in zit en in het geval van pijn of ernstige onrust haar eigen intuïtie te volgen.

Een week later overlijdt ze.

Bevrijd

Na twee hersenbloedingen is ze dubbelzijdig verlamd en volledig afhankelijk van zorg. Op het blad van haar rolstoel zijn twee stippen geplakt, een rode waar ze naar kijkt als ze nee wil zeggen en een groene, voor als ze ja bedoelt.

Als ik haar heb uitgelegd wat een reading inhoudt en om haar toestemming vraag, knikt ze naar de groene stip.

Het eerste wat ze met me communiceert is een gevoel van “volledig bewustzijn.” Ze vertelt me dat ze door de beschadingen in haar hersenen, regelmatig in een “hier-en-nu-staat” verkeert, helemaal “zen” is. Het is een heerlijke staat van zijn en ze is dankbaar dat ze dit mag ervaren bij leven. Daarnaast is ze zich ervan bewust dat haar lichaam snel achteruit gaat en ze binnenkort zal sterven. Een proces dat ze accepteert, maar liever blijft ze nog een tijdje leven om deze “staat van zijn” te ervaren. Op mijn vraag wat ze nodig heeft, laat ze zien dat ze gedurende de lichamelijke zorg met aandacht aangeraakt wilt worden.

Tijdens de reading schieten de tranen me in de ogen. Het gevoel van “zijn” is prachtig en ik ben haar dankbaar voor wat ze me laat zien. Op haar beurt kijkt ze me aan met heldere ogen en laat merken dat ze dankbaar is dat ze gezien wordt.

Drie maanden later overlijdt ze. De opmerking “het is beter voor haar, wat had dat mens nou voor leven zo”, negeer ik.